Hoge bloeddruk (hypertensie) en zwangerschap

Wat is…

Van de vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, krijgt zo'n 10 tot 15 % een hoge bloeddruk (hypertensie). Bij een volgende zwangerschap komt dat minder vaak voor.

Hypertensie is vaak een reden om u naar de gynaecoloog te verwijzen. Op deze pagina en op de pagina bij onderzoeken en behandelingen ‘hoge bloeddruk (hypertensie) en zwangerschap’ bespreken we welke controles meestal plaatsvinden bij lichte hypertensie, welke extra zorg mogelijk is in het geval van ernstiger hypertensie, en welke zeldzame complicaties kunnen optreden. De verloskundige, de huisarts of de gynaecoloog informeert en adviseert u verder.

Verklarende woordenlijst van gebruikte termen op deze pagina:

  • Auto-immuunziekte: ziekte waarbij het eigen afweersysteem de weefsels of organen beschadigt.
  • Conditie (van de baby): een woord dat gebruikt wordt om aan te geven hoe de baby het maakt.
  • Corticosteroïd: bijnierschorshormoon dat toegediend wordt aan de moeder om voor de geboorte de longrijping bij de baby te versnellen.
  • CTG: cardiotocogram, hartfilmpje, registratiemethode om de conditie van de baby in de gaten te houden.
  • Diastolische bloeddruk: onderdruk.
  • Eclampsie: stuipen die optreden als complicatie van zeer ernstige zwangerschapshypertensie.
  • HELLP-syndroom: ernstige vorm van zwangerschapshypertensie met afbraak van rode bloedcellen, schade aan de lever en een laag aantal bloedplaatjes.
  • Hypertensie: hoge bloeddruk.
  • Infuus: slangetje in een bloedvat van de arm of hand voor het toedienen van medicijnen, bloed of vocht.
  • MmHg: millimeter kwik, een maat voor het weergeven van de bloeddruk.
  • Oedeem: zwelling door ophoping van vocht.
  • Placenta: moederkoek.
  • Pre-eclampsie: een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie waarbij er eiwit in de urine wordt gevonden of andere tekenen van tijdelijke orgaanbeschadiging zijn.
  • Stuipen: trekkingen van de armen en benen; soms wordt er op de tong gebeten en er kan urineverlies optreden.
  • Systolische bloeddruk: bovendruk.

Het meten van de bloeddruk

Doorgaans wordt bij iedere zwangerschapscontrole uw bloeddruk gemeten. U krijgt een band om uw bovenarm. Omdat deze wordt opgeblazen, ontstaat even een knellend gevoel. De band is via een slangetje verbonden met de bloeddrukmeter. Terwijl de lucht de band uitloopt, luistert de verloskundige of arts met de stethoscoop in de elleboogplooi: daar zijn kloppende tonen van de slagader hoorbaar. Op de bloeddrukmeter wordt bij de eerste hoorbare toon de bovendruk afgelezen en bij de laatste hoorbare toon de onderdruk. Bij automatische bloeddrukmeters is luisteren met de stethoscoop niet nodig. Deze apparaten vinden zelf de boven- en onderdruk.

De bloeddruk kan wisselen: bij angst of inspanning kan zij stijgen. Bij sommige vrouwen stijgt de bloeddruk tijdens het spreekuur, soms ook door de bloeddrukmeting zelf. Het is normaal dat de waarden van de bloeddruk wisselen. Bij de ene meting kunnen dus andere waarden gevonden worden dan bij de andere.

Wanneer spreekt men van een hoge bloeddruk (hypertensie)?

Bij zwangere vrouwen wordt over het algemeen de meeste waarde gehecht aan de onderdruk (de diastolische bloeddruk). Onderzoek laat zien dat er bij een onderdruk tot 90 geen verhoogde kans op complicaties voor moeder en kind bestaat. Vanaf een bloeddruk van 90 - 95 kan er een kans bestaan op complicaties. In deze situaties wordt extra controle geadviseerd. Als er aanwijzingen zijn voor mogelijke complicaties of als de onderdruk 95 of hoger wordt, is er een reden voor overleg met de gynaecoloog.

Wat zijn de gevaren van hypertensie?

Bij een hoge bloeddruk kunnen complicaties bij moeder en kind optreden. Uw nieren en lever kunnen tijdelijk slechter gaan werken en er kunnen afwijkingen in de bloedstolling ontstaan. De bloedtoevoer naar de placenta (moederkoek) kan afnemen. Dit kan tot gevolg hebben dat het kind in groei achterblijft of dat de conditie van de baby achteruitgaat.

De kans op deze complicaties is over het algemeen niet groter bij een lichte verhoging van de bloeddruk (zoals een onderdruk tot 90 mmHg), maar zij neemt toe naarmate de bloeddruk hoger wordt (zoals bij een onderdruk van 120 mmHg). Ook is van belang wanneer tijdens de zwangerschap de hypertensie optreedt. Tegen het einde van de zwangerschap is de kans op complicaties van een hogere bloeddruk meestal veel kleiner dan vroeg in de zwangerschap.

 

Soorten hypertensie

Zwangerschapshypertensie

Een hoge bloeddruk die het gevolg is van de zwangerschap, wordt zwangerschapshypertensie genoemd. Vroeger sprak men wel van zwangerschapsvergiftiging, maar deze term is in onbruik geraakt. Er is sprake van zwangerschapshypertensie als bij een vrouw die tevoren een normale bloeddruk had, in de tweede helft van de zwangerschap hypertensie optreedt. De oorzaak van zwangerschapshypertensie is onbekend. Waarschijnlijk spelen de aanleg en de ontwikkeling van de placenta in de eerste helft van de zwangerschap een rol.

Pre-eclampsie

Een ernstiger vorm van zwangerschapshypertensie wordt pre-eclampsie genoemd. Hierbij is er ook eiwitverlies in de urine of zijn er andere tekenen van tijdelijke orgaanbeschadiging.

Pre-eclampsie

Een zeer ernstige vorm van zwangerschapshypertensie is eclampsie. Hierbij ontstaan stuipen (insulten of convulsies).

HELLP-syndroom

Een speciale vorm van ernstige zwangerschapshypertensie is het HELLP-syndroom. Dit komt gelukkig weinig voor: bij minder dan 2% van de vrouwen die voor de eerste keer zwanger zijn. In een volgende zwangerschap zijn ernstige vormen van zwangerschapshypertensie nog zeldzamer.

Chronische of pre-existente hypertensie

Hypertensie die al vóór de zwangerschap bestaat, wordt chronische of pre-existente hypertensie genoemd. Waarschijnlijk heeft ongeveer een derde van de zwangere vrouwen met hoge bloeddruk deze vorm van hypertensie. Als de bloeddrukverhoging al vóór de zwangerschap bestaat, adviseert de huisarts of de verloskundige over het algemeen controle van de zwangerschap door de gynaecoloog. De adviezen bij een chronische hypertensie worden niet op deze pagina besproken. Wel hebben sommige extra onderzoeken hetzelfde doel als die bij zwangerschapshypertensie. Uw gynaecoloog kan u hierover informeren.

Symptomen

Veel vrouwen met lichte zwangerschapshypertensie hebben geen klachten.

Bij de ernstiger vormen komen meestal wel klachten voor:

  • Hoofdpijn is een gebruikelijk verschijnsel. Soms treden hierbij gezichtsstoornissen op, zoals vaag zien, lichtflitsen of sterretjes zien.
  • Andere mogelijke klachten zijn tintelingen in de vingers, pijn of een knellend gevoel boven in de buik, misselijkheid en braken.
  • Ook kan het lichaam in korte tijd veel vocht vasthouden waardoor zwellingen (oedemen) kunnen ontstaan. Oedeem van de handen en de voeten komt echter ook vaak voor bij zwangere vrouwen die geen zwangerschapshypertensie hebben.

 

Oorzaken

Wie loopt er risico op zwangerschapshypertensie?

Zwangerschapshypertensie treedt vooral op tijdens de eerste zwangerschap. Bij lichte vormen verloopt een volgende zwangerschap doorgaans normaal. Bij een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie bestaat in een volgende zwangerschap wel een grotere kans op het opnieuw optreden van zwangerschapshypertensie, al is het verloop vaak minder ernstig. Bij de meeste vrouwen is niet duidelijk waardoor zwangerschapshypertensie optreedt.

  • Bij een aantal ziekten is de kans op zwangerschapshypertensie verhoogd. Voorbeelden zijn suikerziekte (diabetes mellitus), vaat- en nierziekten, sommige auto-immuunziekten of al eerder bestaande hoge bloeddruk.
  • Ook bij een meerlingzwangerschap is de kans op zwangerschapshypertensie toegenomen.
  • Vermoedelijk spelen ook erfelijke factoren een rol. Vrouwen die een moeder of zus hebben die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie doormaakten, lopen zelf ongeveer vijfmaal zoveel kans om ook een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap te krijgen.

Kan zwangerschapshypertensie worden voorkomen?

  • Voor gezonde vrouwen die voor hun zwangerschap geen ziekten hadden, zijn geen zinvolle maatregelen bekend om zwangerschapshypertensie te voorkomen. Vroeger werd een zoutloos of zoutarm dieet geadviseerd. Inmiddels is gebleken dat hiermee zwangerschapshypertensie niet voorkomen kan worden. Ook in het geval van zwangerschapshypertensie is een dieet zonder zout niet zinvol. U mag dus een normale, dat wil zeggen matige hoeveelheid zout gebruiken.
  • Of u door rust zwangerschapshypertensie kunt voorkomen, is nooit goed onderzocht. Maar als de bloeddruk verhoogd is, adviseert de verloskundige of arts vaak rust, zoals het verminderen of stoppen van werk buitenshuis of het regelen van extra hulp thuis.
  • Wanneer eerder bestaande ziekten van uzelf een rol spelen bij de hypertensie, krijgt u soms medicijnen.