Implanteerbare hartritmerecorder

Het onderzoek

Met behulp van een implanteerbare hartritmerecorder kan de oorzaak van bepaalde klachten worden gevonden. De symptomen kunnen zijn:

  • collaps (flauwvallen);
  • licht gevoel in het hoofd;
  • duizeligheid;
  • hartkloppingen.

Een hartritmestoornis kan één van de vele oorzaken 'van deze symptomen zijn. De diagnose is soms moeilijk te stellen, omdat een hartritmestoornis niet tijdens het spreekuur of tijdens een specifiek onderzoek hoeft op te treden. De juiste diagnose is gemakkelijker te stellen als het hartritme tijdens het optreden van de symptomen kan worden vastgelegd. Met een implanteerbare hartritmerecorder kan de elektrische hartactiviteit continu worden geregistreerd, ook buiten de aanwezigheid van een arts.

Voor het onderzoek

Eventuele bloedverdunnende medicijnen, zoals Sintrom (Acenocoumarol) worden in overleg met uw cardioloog 3 dagen van tevoren gestopt. Fenprocoumon, Ascal of Plavix wordt meestal 7 dagen voor de ingreep gestopt.

Als u ’s morgens wordt geopereerd, mag u de avond voor de operatie vanaf 22.00 uur niet meer eten, drinken of roken. Uw medicijnen mag u eventueel met weinig water innemen. Wordt u ’s middags geopereerd, dan mag u nog een licht ontbijt gebruiken en blijft u daarna nuchter.

Meenemen naar het ziekenhuis

Wij vragen u de volgende zaken mee te nemen naar het ziekenhuis:

  • een actueel medicatieoverzicht (op te vragen bij uw apotheek);
  • iets om te lezen of te puzzelen;
  • u hoeft géén pyjama mee te nemen; u krijgt een operatiejasje van het ziekenhuis.

Vervoer

Wij adviseren u om vervoer naar huis te regelen omdat de wond en het schoudergebied na de implantatie stijf en pijnlijk kunnen zijn.

Tijdens het onderzoek

U wordt opgenomen op afdeling Dagbehandeling. Ter voorbereiding op de implantatie krijgt u een infuusnaald om u antibiotica te kunnen geven.

De implantatie vindt plaats op de hartkatheterisatiekamer op de afdeling Radiodiagnostiek. Door de pacemakertechnicus wordt de plaats bepaald waar de hartritmerecorder moet worden geplaatst. De implanteerbare hartritmerecorder wordt via een klein sneetje boven in de borst onder de huid aangebracht.

Tijdsduur

De procedure wordt onder lokale verdoving verricht en duurt 15 tot 20 minuten.

Na het onderzoek

Na de implantatie registreert de hartritmerecorder 24 uur per dag het hartritme.

Als u ritmestoornissen voelt of klachten heeft gehad, dan moet u hiervan de aanvangstijd noteren. Belangrijk is dat u hierna contact opneemt met de polikliniek Cardiologie (tijdens kantooruren). Er wordt dan een afspraak met u gemaakt bij de pacemakertechnicus om de hartritmerecorder uit te lezen.

Na de implantatie

Na de implantatie heeft u nog een uur bedrust op de afdeling. Uw bloeddruk en polsslag worden gecontroleerd. Ook wordt gekeken of de wond gaat nabloeden. Tevens krijgt u iets te eten. Als er geen bijzonderheden zijn, mag u weer naar huis. U krijgt een vervolgafspraak mee voor controle van de implanteerbare hartritmerecorder bij de pacemakertechnicus.

Leefregels na het onderzoek

Activator

In sommige gevallen wordt een activator meegegeven. Krijgt u een activator mee, dan is het zeer belangrijk dat u deze te allen tijde bij u draagt. Als u klachten krijgt, houdt u de activator boven de geïmplanteerde hartritmerecorder en drukt u de knop in. Zo wordt de informatie tijdens uw klachten specifiek opgeslagen, zodat de pacemakertechnicus het makkelijker en sneller uit kan lezen.

Bij de activator wordt een draagtasje geleverd dat bijvoorbeeld aan een riem kan worden gedragen, zodat de activator snel kan worden gepakt. Ook vrienden en familieleden kunnen tijdens het optreden van symptomen helpen als hen is uitgelegd hoe de activator moet worden bediend.

De pacemakertechnicus programmeert de hartritmerecorder. Hij/zij zal u alles hierover vertellen en zo nodig over het bedienen van de activator. Tevens blijft u bij hem/haar onder controle.

De eerste drie dagen na de implantatie

De eerste drie dagen na de ingreep mag u niet douchen, omdat het wondje droog moet blijven. De wond is afgedekt met een pleister. Als er bloed door de pleister lekt, mag u de pleister verwisselen. Na drie dagen mag de pleister verwijderd worden. De hechtingen zijn oplosbaar en hoeven dus niet te worden verwijderd.

Als de wond pijnlijk is, kunt u paracetamol innemen. U kunt de op de verpakking aangegeven dosering aanhouden

We raden u aan om de arm aan de zijde waar de hartritmerecorder is geïmplanteerd, de eerste drie dagen nog wat te ontzien. Meestal kunt u na drie of vier dagen al uw dagelijkse werkzaamheden weer hervatten.

Contact

De implanteerbare hartritmerecorder is een manier om uw klachten in beeld te krijgen en is dus géén middel om uw klachten te behandelen. Bij eventuele wegrakingen dient u met uw behandelend arts of uw huisarts contact op te nemen of belt u 112.

Wanneer een arts waarschuwen?

Als:

  • de wond blijft nabloeden;
  • er een plotselinge toenemende zwelling onder de pleister optreedt;
  • er u koorts heeft

neem dan direct contact op met uw huisarts, huisartsenpost of in uiterste nood: alarmnummer 112.