Diabetes en alcohol, roken en drugs

Leefregels na het onderzoek

Diabetes en alcohol

Als u alcohol drinkt zal uw bloedglucose in de meeste gevallen eerst stijgen. Vooral in breezers en mixdrankjes zitten veel koolhydraten. Daarvoor heeft u insuline nodig. Maar de alcohol zelf kan enkele uren later een hypoglycaemie veroorzaken. Dat heeft te maken met de lever. De lever moet de alcohol gaan verwerken, maar is ook een opslagplaats voor glucose. Als u geen alcohol heeft gedronken en uw bloedglucose wordt te laag, dan maakt de lever glucose uit de lever vrij, zodat uw bloedglucose weer gaat stijgen. Heeft u wel alcohol gedronken, dan wordt die automatische toevoer van glucose geblokkeerd, waardoor u een groter risico heeft op een hypoglycaemie. Dit proces kan uren duren. U heeft dus de hele nacht kans een hypo te krijgen. Als u teveel alcohol drinkt, kan het zijn dat u minder goed aanvoelt dat u een hypo krijgt. U zou dan zomaar kunnen vergeten om uw bloedglucose te controleren en/of maatregelen te nemen om een hypo te voorkomen.

Om een hypo te voorkomen is het belangrijk om tijdens en na het gebruik van alcohol wat te eten met koolhydraten. Denk aan chips, stokbrood of toastjes. Eet ook nog wat voor u gaat slapen. Uw bloedglucose mag niet lager dan 10 mmol/l zijn voor u naar bed gaat. Zorg ervoor dat uw huisgenoten weten wat ze moeten doen als u een ernstige hypo zou krijgen in de avond of nacht.

Adviezen:
- Drink nooit alcohol zonder er iets bij te eten.
- Drink alleen als u boven de 18 bent.
- Drink niet meer dan 2 consumpties op een avond en niet vaker dan twee keer in de week.
- Drink langzaam, doe 1,5 tot 2 uur over 1 consumptie.
- Vermijd drankjes met veel suikers, zoals breezers en mixdrankjes.
- Zorg dat u glucosemeter en insuline bij de hand heeft.
- Neem dextro mee.
- Zorg dat u een diabetes-identiteitkaart of een Mediq Alert Penning bij u heeft.
- Controleer voor het slapen gaan (moet > 10 mmol/l zijn). Eet altijd nog iets extra.
- Zet eventueel uw pomp op een tijdelijke basaalspand.
- Als u wilt uitslapen, zorg er dan voor dat uw bloedglucose wel gecontroleerd wordt, door uzelf of een huisgenoot.

Diabetes en roken

Bij diabetes heeft u een grotere kans op hart- en vaatziekten. Denk hierbij aan een hartinfarct of een herseninfarct. Roken geeft een nog veel grotere kans op hart- en vaatziekten en ook op andere complicaties, zoals nierproblemen, oogproblemen en voetproblemen. Roken bij diabetes kan de levensverwachting met wel tien jaar verminderen. Begin dus nooit met roken of stop er mee.

Diabetes en drugs

Alle soorten drugs hebben een effect op de hersenen en het lichaam. Bij gebruik van drugs verandert er dus iets in uw lichaam, maar ook in uw gedrag en emoties.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen softdrugs en harddrugs. Softdrugs kunnen net zo schadelijk zijn als harddrugs, maar bij harddrugs is de kans op verslaving, misbruik en sociale problemen groter.

Bij diabetes heeft de drugs ook een effect op de bloedglucose. Na gebruik hiervan gedraagt uw lichaam zich alsof u een enorme inspanning heeft geleverd. De bloedglucose kan hierdoor flink ontregelen. Er kan zelfs een keto-acidose ontstaan.

Ook kan er een hypo ontstaan doordat uw eigen glucosevoorraad te snel is opgebruikt. De kans is groot dat u deze hypo niet goed aan voelt komen, doordat u onder invloed bent. Dat kan gevaarlijke situaties opleveren.

Het gebruik van drugs is voor niemand goed, maar zeker niet als u diabetes heeft. Begin er dus niet aan of stop er mee.