Anterieure (voorste) kruisbandreconstructie

De behandeling

De klachten van een gescheurde kruisband - door de knie zakken of een instabiel gevoel - worden meestal behandeld met fysiotherapie. Wanneer dit onvoldoende resultaat heeft, kan de arts voorstellen een nieuwe kruisband te plaatsen. Een anterieure (voorste) kruisbandreconstructie kan ook plaatsvinden in combinatie met een meniscushechting. Dit gebeurt als de eigen voorste kruisband niet meer goed werkt. Om de meniscus goed te laten genezen en om nieuwe meniscusscheuren te voorkomen wordt dan een nieuwe kruisband geplaatst.

Wat kunt u verwachten van de operatie?

Het ondergaan van een voorste kruisbandreconstructie is geen kleinigheid. Het is een operatie die zeker in de eerste maand veel van u zal vragen in de zin van fysiotherapie en het lopen met krukken. Voor een goed resultaat is het nauwkeurig volgen van het revalidatieprogramma belangrijk. Goede samenwerking tussen patiënt, orthopedisch chirurg en fysiotherapeut is hiervoor noodzakelijk.

Na de operatie en de revalidatie zal de knie steviger aanvoelen en is het doorzakken met draaibewegingen bij circa negentig procent van de patiënten geheel verdwenen. De nieuwe kruisband is echter altijd zwakker dan de oorspronkelijke. Een nieuw letsel is dus wel degelijk mogelijk en u moet zelf uiteindelijk beslissen of u het risico van een nieuwe beschadiging wilt nemen. De kans op een nieuw letsel is over het algemeen groter bij contactsporten zoals voetbal en hockey.

Onderzoek voor de operatie(pré-operatieve screening)

  • Anestesist
    U bezoekt (voor de opname in het ziekenhuis) op de polikliniek pré-operatieve screening de anesthesist. Hij brengt uw gezondheid en eventueel medicijngebruik in kaart. Ook krijgt u voorlichting over de verdoving en over de pijnbestrijding na de operatie. De operatie geschiedt over het algemeen onder regionale verdoving (= ruggenprik). Een ruggenprik kan worden gecombineerd met een slaapmiddel, waardoor u weinig of niets van de operatie merkt. Verder wordt eventueel bloedonderzoek verricht en een ECG (hartfilmpje) gemaakt. Dit is nodig om uw lichamelijke conditie in kaart te brengen om de kans op problemen, tijdens en na de operatie, zo klein mogelijk te maken.

Voor de operatie

De voorbereiding thuis:

  • Eigen medicijnen
    U wordt verzocht om de medicijnen die u gebruikt mee te nemen naar het ziekenhuis.
  • Bodylotion
    Wilt u de week voor uw opname geen bodylotion meer op uw te opereren been gebruiken? Dit in verband met het ontsmetten van de huid op de operatiekamer.
  • Ontharen
    Wij vragen u het gebied rondom de te opereren knie vanwege infectiegevaar niet zelf te ontharen. Ontharen zal op de operatiekamer plaatsvinden.
  • Nuchter
    Voor informatie hierover verwijzen wij u graag naar de informatiepagina Anesthesie.
  • Hulpmiddelen
    U gaat in het ziekenhuis oefenen met elleboogkrukken. Neemt u de krukken mee als u opgenomen wordt, zodat deze op de juiste hoogte kunnen worden afgesteld. De elleboogkrukken en eventuele andere hulpmiddelen zijn o.a. verkrijgbaar in de Rivas Leef- &gezondheidswinkels.

Tijdens de behandeling

Dag van de operatie

Op de ochtend van de operatie moet u zich douchen.

In het ziekenhuis meldt u zich op de verpleegafdeling.

Enige tijd voor de operatie kunt u nog even naar het toilet gaan. Uw sieraden moet u afdoen. Hierna krijgt u een blauw operatiejasje aan. Soms krijgt u een rustgevend tablet. Even later wordt u naar de operatiekamer gebracht.

De operatie

Voor het vervangen van de voorste kruisband worden meestal de hamstringpezen gebruikt. De ingreep in het gewricht wordt gecontroleerd met een kijkoperatie. De nieuwe kruisband wordt op de oorspronkelijke plaats van de voorste kruisband vastgezet. Na de operatie heeft u een litteken aan de voorzijde van de knie.

Tijdsduur

De operatie duurt gemiddeld een tot twee uur.

Na de behandeling

Een verpleegkundige belt uw eerste contactpersoon als u terug bent op de afdeling.

  • Dieet
    U mag wat water en thee drinken en pap en soep eten. De dag na de operatie mag u weer gewoon eten.
  • Medicijnen
    Na de operatie krijgt u Fraxiparine toegediend om trombose te voorkomen. Deze prikjes in de huid moet u uzelf de eerste zes weken na de operatie één keer per dag toedienen. De verpleegkundige leert u hoe dit moet. Als u voor de operatie Sintrommitis of Marcoumar gebruikte, stopt u met de prikjes zodra u weer goed bent ingesteld op de Sintrommitis of Marcoumar. In de meeste gevallen worden de medicijnen die u thuis gebruikte na de operatie weer gestart.
  • Infuus
    U heeft een infuus in uw arm. Dit infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht binnen krijgt. Het infuus wordt meestal een dag na de operatie verwijderd.
  • Pijnbestrijding
    Na de operatie heeft u een pijnstillingspompje. Deze kunt u zelf bedienen. Tevens krijgt u zetpillen of tabletten tegen de pijn.
  • Misselijkheid
    Soms treedt na de ingreep misselijkheid op. Dit kan door middel van medicijnen bestreden worden.
  • De wond
    Het litteken zit aan de voorkant van de knie en is ongeveer 10 cm lang. Er zit een drukverband om uw knie, dit blijft drie dagen zitten. De wond moet vanaf de derde dag na de operatie één keer per dag worden verzorgd. Zodra de wond niet meer lekt, is verband niet meer nodig.
  • Mobiliteit
    Onder leiding van de fysiotherapeut komt u uit bed en begint u met de revalidatie. Voor het toekomstige gebruik van uw knie is het erg belangrijk dat u hier hard aan werkt. Bij het revalideren wordt uw been soms op een apparaat gelegd, de CPM. Met behulp van de CPM wordt uw knie gestrekt en gebogen; elke dag iets meer. U zult ook zonder de CPM gaan oefenen met het doorbuigen van uw knie.
  • Douchen en baden
    Als de wond droog is, mag u weer onder de douche. U mag weer baden als de hechtingen verwijderd zijn.

Mogelijke complicaties/risico's

  • Sommige patiënten hebben last van een doof gevoel naast het litteken. Dit kan nog langere tijd opspelen. Daarnaast kan het litteken bij knielen gevoelig zijn.
  • Af en toe wordt de knie stijf en kan niet goed gebogen of gestrekt worden. Soms moet er met een kijkoperatie littekenweefsel worden verwijderd.
  • Een nieuwe kruisbandoperatie is een operatie waarbij ook algemene complicaties kunnen ontstaan, zoals wondinfectie en trombose, maar de ervaring leert dat de kans hierop erg klein is.

Leefregels na de behandeling

  • Policontrole
    Meestal gaat u de dag na de operatie naar huis. Bij uw ontslag krijgt u een afspraakkaartje mee voor een controlebezoek bij de orthopedisch chirurg. Zes weken na de operatie moet u op de poli terugkomen.
  • Fysiotherapie
    U gaat poliklinisch door met fysiotherapie. De fysiotherapeut zal u hierover informeren. Hechtingen verwijderen Uw hechtingen worden na twee weken verwijderd. Meestal doet de huisarts dit.

In de volgende gevallen dienst u met de behandelend arts contact op te nemen:

  • Als de wond gaat lekken.
  • Als de knie dik of rood wordt en meer pijn gaat doen.

Leven met een nieuwe voorste kruisband

De eerste weken na de operatie staan in het teken van pijn- en zwellingvermindering. De fysiotherapeut zal u hiervoor behandelen. Het is de bedoeling dat u na zes weken weer kunt lopen zonder krukken en kunt fietsen en autorijden.

Na de operatie duurt het ongeveer zes weken voordat de pees vastgegroeid is in het bot. Daarnaast wordt de getransplanteerde pees omgezet in levend peesweefsel wat uiteindelijk een blijvende stevigheid geeft. Dit proces duurt ongeveer zes maanden. Een vast revalidatieschema is nodig om te voorkomen dat de pees te vroeg wordt overbelast. Bij licht lichamelijk werk kunt u waarschijnlijk na zes weken weer gaan werken. Bij zwaarder werk kan dit tien tot twaalf weken duren.

Het duurt zes tot acht maanden voordat de kruisband weer volledig kan worden belast en contactsporten weer verantwoord zijn. Deze beslissing neemt u samen met de orthopedisch chirurg en de fysiotherapeut. Voor elke patiënt is de situatie verschillend. Als de knie goed reageert en niet gezwollen of pijnlijk is, kan in het algemeen na 10 tot 12 weken worden gestart met hardlopen op vlak terrein. Na twaalf weken kan de fysiotherapeut beginnen met stabiliserende oefeningen zoals draaibewegingen.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan de arts of verpleegkundige.