Claudicatiostraten in werking vanaf 1 juli

Optimalisatie van zorgpaden Perifeer Arterieel Vaatlijden

Perifeer arterieel vaatlijden
Perifeer arterieel vaatlijden (PAV) is een hart- en vaatziekte. Door slagaderverkalking, kan een vaatvernauwing of afsluiting in de slagaders ontstaan. Slagaderverkalking wordt atherosclerose genoemd. Wanneer dit in de beenslagaders gebeurt, spreekt men van PAV en kan er claudicatioklachten danwel etalagebenen ontstaan.

Er worden 4 stadia van PAV onderscheiden:

  • stadium I: atherosclerose aanwezig, geen klachten
  • stadium II: claudicatio intermittens 2a loopafstand meer dan 100 meter, en 2b minder dan 100 meter
  • stadium III: pijn in rust of trofische stoornissen
  • stadium IV: necrose, gangreen.

Optimalisatie zorgpaden
In het Beatrixziekenhuis vindt de diagnostiek en behandeling van PAV plaats. De afgelopen periode hebben de afdelingen chirurgie en radiologie de zorgpaden voor PAV geoptimaliseerd. Met deze optimalisatie streven we ernaar dat we patiënten met PAV aanvullende diagnostiek kunnen aanbieden op het vaatlaboratorium zonder dat een poliafspraak bij de vaatchirurg nodig is. Vanaf 1 juli 2022 treedt deze nieuwe werkwijze inwerking. Deze nieuwe werkwijze geldt niet voor patenten met wonden en diabetische voeten. Deze patenten hebben hun eigen traject.

Claudicatiostraten
Patiënten met verdenking van PAV kunnen via een verwijzing van de huisarts onderzocht worden in het vaatcentrum. Onder regie van de huisarts voert de vaatlaborant van het Beatrixziekenhuis een  enkel/arm index meting met looptest uit. De uitslag van deze meting en aanbevelingen voor verdere behandeling worden digitaal richting de huisarts gecommuniceerd. Indien de vraag is of er een verlaagde teendruk aanwezig is voor wel of niet starten van compressietherapie danwel dragen van steunkouzen kan deze ook verricht worden in het vaatlaboratorium.

Wanneer PAV is vastgesteld is de primaire behandelkeuze gesuperviseerde looptraining. Deze looptraining kan worden opgestart door de huisarts. Wanneer blijkt dat gesuperviseerde looptraining niet voldoende effect heeft, kan de huisarts de patiënt doorverwijzen naar de vaatchirurg. Voorafgaan aan het consult bij vaatchirurg voert de vaatlaborant van het Beatrixziekenhuis een duplex aorto-femoraal én enkel/arm index meting met looptest uit (indien deze niet eerder is verricht door huisarts). De vaatchirurg besluit vervolgens samen met de patiënt of een behandeling  nodig is.

We verwachten met deze optimalisatie;
- passende zorg leveren voor patiënten met PAV;
- minder onnodige consulten bij vaatchirurg;
- meer diagnostiek in vaatcentrum onder regie van de huisarts;
- betere organisatie van de enkel-armindex metingen.

Betrokken afdeling
Vakgroep chirurgie (Sylvia de Jong)
Vaatcentrum (Rudi de Munck, Lisanne Labee, Johannes Biemans)
Huisarts en Zorg (Leo Wielaart, Laurens van Ede)